|
8. Ronde Noord-Holland (19 - 21 juni 2009)
|
Als we vrijdagochtend richting Lelystad rijden, weten we nog niet of we de ronde om Noord-Holland met of tegen de klok gaan maken. In Lelystad zullen we eerst het marifoonbericht afluisteren en dan beslissen. Om 10.15 uur meldt RWS via de marifoon: wind west, 5 - 6 bft, met kans op buien. We hebben geen zin om tegen de wind naar Amsterdam te varen en kiezen dus de route tegen de klok in. Met halve wind stuiven we onder alleen de genua richting de ondiepte bij ... Na het ronden van de boei, steken we op en koersen hoog aan de wind richting den Oever. Ter hoogte van Enkhuizen kruisen we een lange lint met jachten. Het zijn deelnemers aan de wedstrijd Ronde van Noord-Holland. Ze zijn om 12.00 uur begonnen in Muiden, en varen via Kornwerderzand naar Terschelling. Ik pak de toeter. Lij gaat voor loef en ik ga gebruik maken van dit recht. Eén keer is het nodig om te toeteren, dan zijn we de lint gekruist.
Door de hoge en steile golven, pakt Blue cruise af en toe een paaltje. Dat valt ons wat tegen voor zo'n grote boot. Verschil is wel dat de boot nu niet, zoals met de vorige boten meteen stil ligt. Door z'n grote massa dendert de boot met 7 knopen verder. Als ik mijn hoofd even buiten steek, vliegt mijn pet van m'n hoofd. Anne-Hilde en ik kijken elkaar aan. Stommerd roept ze, alweer.... Deze pet, de laatste goeie die ik nog heb, heeft namenlijk al vaker in het water gelegen. Vorige keren redden een man over boord manoeuvre de drenkeling. Dit keer twijfelen we. Al komen we bij de pet, hoe halen we deze binnen? In de verte zie de pet water maken. Laten we omkeren, zegt Anne-Hilde. We keren het schip en koersen naar de pet. Maar deze is inmiddels te veel gezonken. We vinden hem niet meer en leggen ons erbij neer. Bij een nieuwe boot zullen offers moeten worden gegeven.
Het is voor ons de eerste maal dat we naar Den Oever varen. We leggen aan in de marina. Na een borrel verleggen we de boot naar de steiger bij de sluis. Hier liggen we goed beschut voor de westenwind. Bovendien horen we niet het gehuil van de wind door de scheepswanten in de marina. Na een fijne nacht, roepen we de sluiswachter op om te schutten. Na de sluis koersen we door het ... gat pal tegen de wind in. Nabij den Helder gaan de zeilen omhoog. Met zo'n 10 knopen snelheid stuiven we langs de vuurtoren van den Helder. De zee is woelig vanwege de stevige wind de dagen ervoor. We halen enkele schepen in en bereiken 3 uur later - inmiddels is de stroom zo'n 2 knopen tegen - IJmuiden.
We laten de feestvierende rondevannoordholland-vaarders in de jachthaven van IJmuiden rechts liggen en passeren de sluis. In het Noordzee-kanaal gaan de zeilen omhoog en varen we plat voor het laken door een mix van havens en landelijke omgeving. Af en toe ontmoeten we een zeeschip; wat vaker een pont of een watertaxi. Twee uur later, in de buurt van het centraal station bellen we naar de Sixhaven. Ja, ze hebben nog plek en de havenmeester zal ons opwachten.
Als we de nauwe ingang van de haven invaren, wacht de havenmeester ons al op. Achteruit die kom in, roept hij. Lukt het, vraagt hij. Tja.. Ik doe de motor in z'n achteruit en draai de boot met z'n kont de aangewezen kom in. Bij een steigertje staat de havenmeester al weer en vangt de achterlijn op. Met de motor in z'n vooruit draait de boot bij en leggen we boot goed vast. Een manoeuvre volgens het boekje en dat onder de ogen van vele geïnteresseerden en deskundigen. De havenmeester legt uit dat schippers van grote boten altijd van te voren hun komst melden. De havenmeester kan zich er dan op voorbereiden. Grote zeilschepen heeft hij dus wel meer gezien, maar de breedte van ons schip, imponeert hem, zegt hij. De boot is bijna net zo breed als de grootst toegestane breedte in deze haven van een motorjacht: 5 meter. In de avond komen Arianne en haar vriendin Abigail. Na de borrel, vertrekken we naar de stad. We eten wat en pakken een bioscoop. Tegen middernacht wandelen we door de nog steeds gezellig drukke stad terug naar de boot. Na een borrel kan de slaap, die ik in de bioscoop al was begonnen, verder worden voortgezet.
Na de koffie gooien we de volgende dag de trossen los. Onder alleen fok naar de ...sluis worden we opgelopen door deelnemers van de Ronde race. Na de prijsuitreiking gisteravond, varen zij nu terug naar hun ligplaats. Als we de oranjebrug hebben gepasseerd, gaan alle zeilen omhoog. Met 4 bft halve wind, stuiven we richting Lelystad. Halverwege pakken donkere wolken samen. De wind ruimt en neemt in kracht toe. We halen het grootzeil naar beneden en koersen met genua strak aan de wind zo'n 7 knopen. Regen blijft ons bespaart; de bui schampt ons. Terwijl boven het Markermeer de zon opsteekt en het water groen doet opschitteren, pakt een loodzware lucht zich samen boven Amsterdam. Als we bij onze ligplaats komen, is deze bezet. We leggen de boot naast het schip. De schipper is bezig om zijn rolinstallatie te klaren. Deze is vastgelopen. Ze hebben de genua kunnen oprollen door heel vaak een rondje te varen. Ik vertel de schipper dat de kwetsbaarheid van een rolinstallatie voor ons de reden was om geen rolgrootzeil te nemen. Mocht deze vastlopen, dan rest niets anders dan het grootzeil al zittende in een bootstoel weg te snijden.Voordat we de boot opruimen, drinken we wat in de kuip. Deze ronde was erg leuk. De volgende keer zullen we de ronde een dag langer maken en gaan dan via Harlingen en Terschelling. Hoewel de weersverwachting niet goed was, hebben we slechts enkele spetters gehad. Het is onze laatste tocht vóór onze grote tocht naar Scandinavië. De boot heeft zich goed gehouden en de snelheid is goed.
foto: scherp aan de wind op het IJsselmeer richting Lelystad
AG, 22 juni 2009
|