|
2. Gedenkwaardige tochten ofwel hoe we het zeilen onder de knie kregen
|
Zeilen en varen is bij ons een leerproces geweest, waarbij we de bakens steeds verder verzetten. Het begon allemaal met tochten en tochtjes die ik me nu nog steeds kan herinneren: varen met een vriend in een piraatje op de Amstelveense plassen, met oom, vader en broers in een 12 m2 die met harde wind aan lager wal vast kwam te zitten. Oom in het water om de boot weer naar dieper water te duwen. Met dezelfde oom en vader en broers met een roeibootje vissen op de Grevelingen die toen nog open was naar zee. De motor stopte en we ankerden op een zandplaat. Daar beleefden we een wonderbaarlijke visvangst die ik nu nog goed weet. Terug troffen we gelukkig een andere visser die ons op sleeptouw naar Ouddorp meenam. Toen de 2 tochtjes met de 16m2 van een andere vriend. Door de sloot van Nieuwkoop bleef de schoot van de ver uitgevierde giek achter een meerpaal haken. De voor de wind varende boot werd met grote vaart met de boeg in een langszij liggende motorboot geprojecteerd. Later kocht mijn vader een Flying Junior. Zeilen konden we eigenlijk nog niet, maar we durfden wel. Met z'n drieën vertrokken we terwijl de wiite koppen op de golven in de Reeuwijkse plassen stonden. Toen we terug aan lager wal moesten aanleggen, lukte ons dat niet meer. We legden de boot uiteindelijk een aantal percelen verder aan en trokken de boot door de heggen tussen de percelen terug naar de ligplaats. Daar in Reeuwijk zag ik de eerste Laser die in ons land rondvoer. Het jaar erop was ik, als resultaat van krantenbezorging, de trotse bezitter van een Laser, één van de eerste honderd in Nederland. Terwijl het ijs nog maar enkele dagen van het water was verdwenen voer ik de Laser om naar zijn ligplaats. Met slechts een lekkende jollenbroek en regenjack, sloeg de boot enkele keren om; steeds lukte het me om deze weer recht te krijgen, totdat het moment aanbrak dat dit niet meer lukte. Midden op de plas riep ik om hulp... en deze kwam ook. Een houthakker had mij gehoord en viste mij uit het water. Bij de kachel en met een neut werd ik weer op temperatuur gebracht. Het was de tweede keer in mijn leven dat de verdrinking nabij was. Toen kwamen de grotere tochten. Met vriend Dick en Barnegat (5 meter open boot met ophaalbaar zwaard) zonder motor via Randmeren en Overijssel rondzwerven in Friesland. Het jaar opnieuw. Nu voeren we voor het eerst ook op het IJsselmeer op het overzichtskaartje van Nederland achterop de waterkaart van Friesland. Daarna op de fiets van Nederland naar Denemarken in de jaren dat fietsvakanties nog heel ongewoon waren. Toen kwam Anne-Hilde. De Laser verdween, de 420 kwam. Varen in de 420 met spinnaker was heel leuk, maar ook heel spannend. Té spannend voor onze relatie. We gingen dus fietstochten houden in Zweden, Grande Randonees lopen met rugzakken en ... met canadese kano's tochten maken in Zweden (Dalsland) en in bij de poolcirkel. We voeren daar een week rond, zonder één mens te zien. We dronken water gewoon uit het meer. Het jaar erop zouden we eindelijk eens een verre reis maken: naar Canada waar familie woonde. Het geld was gereserveerd. Toen bezochten we de Hiswa en zagen daar zeekayaks liggen. Enkele weken erna was de vakantie naar Canada geannuleerd en twee zeekayaks besteld. We waren nog nooit in Zuid Europa geweest en wilden met de kayaks de Middellandse zee bevaren. Ergens in mei werden de kayaks afgeleverd. Direct spendeerden we elk weekend om ervaring op te doen. We werden lid van de Utrechtse kanoclub en maakten zo vaak als we konden tochten op het IJsselmeer en naar de Waddeneilanden. In juli laadden we de kano's op het autodak richting Griekenland. Vanaf toen stapelden de grote tochten zich op. In de volgende Blog zal ik de belangrijkste beschrijven. gr. AG
foto: spinnakeren met de 420 Grote tochten van 1978 - 1984 1978: fietsen in Zweden 1979: GR wandelen in Bretagne 1980: fietsen in Wales 1981: rondrit Zweden 1982: rondrit Noorwegen 1983: kanoën in Dalsland 1984: kanoën in Noord Zweden
|